Paul Graham is een Britse computerwetenschapper en essayist. Hij publiceerde o.a. twee boeken over Lisp, vroeger dé programmeertaal voor AI. In oktober vorig jaar publiceerde hij het essay Writes and Write-Nots op zijn website. Ik neem zijn betoog hier even over om er dan wat commentaar aan toe te voegen.
Writes and Write-Nots
I’m usually reluctant to make predictions about technology, but I feel fairly confident about this one: in a couple of decades there won’t be many people who can write.
One of the strangest things you learn, if you’re a writer, is how many people have trouble writing. Doctors know how many people have a mole they’re worried about; people who are good at setting up computers know how many people aren’t; writers know how many people need help writing.
The reason so many people have trouble writing is that it’s fundamentally difficult. To write well you have to think clearly, and thinking clearly is hard.
And yet writing pervades many jobs, and the more prestigious the job, the more writing it tends to require.
These two powerful opposing forces, the pervasive expectation of writing and the irreducible difficulty of doing it, create enormous pressure. This is why eminent professors often turn out to have resorted to plagiarism. The most striking thing to me about these cases is the pettiness of the thefts. The stuff they steal is usually the most mundane boilerplate — the sort of thing that anyone who was even halfway decent at writing could turn out with no effort at all. Which means they’re not even halfway decent at writing.
Till recently there was no convenient escape valve for the pressure created by these opposing forces. You could pay someone to write for you, like JFK, or plagiarize, like MLK, but if you couldn’t buy or steal words, you had to write them yourself. And as a result nearly everyone who was expected to write had to learn how.
Not anymore. AI has blown this world open. Almost all pressure to write has dissipated. You can have AI do it for you, both in school and at work.
The result will be a world divided into writes and write-nots. There will still be some people who can write. Some of us like it. But the middle ground between those who are good at writing and those who can’t write at all will disappear. Instead of good writers, ok writers, and people who can’t write, there will just be good writers and people who can’t write.
Is that so bad? Isn’t it common for skills to disappear when technology makes them obsolete? There aren’t many blacksmiths left, and it doesn’t seem to be a problem.
Yes, it’s bad. The reason is something I mentioned earlier: writing is thinking. In fact there’s a kind of thinking that can only be done by writing. You can’t make this point better than Leslie Lamport did: If you’re thinking without writing, you only think you’re thinking.
So a world divided into writes and write-nots is more dangerous than it sounds. It will be a world of thinks and think-nots. I know which half I want to be in, and I bet you do too.
This situation is not unprecedented. In preindustrial times most people’s jobs made them strong. Now if you want to be strong, you work out. So there are still strong people, but only those who choose to be.
It will be the same with writing. There will still be smart people, but only those who choose to be.
October 2024
https://paulgraham.com/writes.html
Mijn commentaar :
Ik vind dit wel iets om over na te denken. Ik ben het echter grondig oneens met de laatste zin. De bewering dat we kunnen kiezen om goede schrijvers – en dus goede denkers – te worden, klopt niet.
There will still be smart people, but only those who choose to be.
Ik geloof dat niet. Het is een illusie te denken dat we zomaar zelf onze kennis en vaardigheden kunnen kiezen. Of iemand leert schrijven – en denken – is nooit het gevolg van een zelfbewuste eigen keuze. Schrijven – zoals elke kunst – moet je leren van goede meesters. Je moet ervoor in de scholing gaan; en als je echt heel goed wil leren schrijven moet je er vroeg aan beginnen en een lange opleiding in de letteren krijgen. Perfect leren lezen en schrijven is even moeilijk als leren viool spelen. Het echte lezen en denken is alleen weggelegd voor enkelingen, en dat zijn meestal zij die er hun beroep van kunnen maken.
Schrijven vereist de gecoördineerde samenwerking van zeer uiteenlopende hersenstructuren. Er is een belangrijk motorisch aspect en een specifieke vorm van visuele aandacht voor nodig, die beide alleen door intense vroege training aan te leren zijn. Bovendien moet door volgehouden herhaling het samengaan van spreken, luisteren, lezen en schrijven systematisch worden ingeoefend, zodat er een vanzelfsprekend verband wordt gelegd tussen de klanken, het schriftbeeld en de betekenis van de woorden. Herhaling is de sleutel van elk leerproces, en dat is ook voor lezen en schrijven het geval.
De leerling die geen herhaling wil mist zijn beste les.
Daardoor is het onvermijdelijk dat de lessen af en toe saai zijn. Niets aan te doen! Eens de fundamenten voor geletterdheid gelegd zijn – dat is in principe na het Lager Onderwijs – kunnen de kinderen die het vlotst hebben leren lezen en schrijven naar een literaire opleiding worden georiënteerd. Daar moeten Latijn, Grieks, Nederlands, Frans, Engels, Duits de voornaamste vakken zijn. Wiskunde en de andere exacte wetenschappen zijn dan noodzakelijkerwijs bijvakken. Na zes jaar literaire training in de humaniora, zijn die leerlingen dan klaar om om het even welke moeilijke studie aan te vangen in het hoger onderwijs. Zij hebben leren lezen en schrijven en zijn dus goed op weg gezet om zelfstandig te leren denken.
Vandaag leren de kinderen niet meer grondig lezen en schrijven: het Onderwijs staat machteloos. Het geschreven woord is zijn prestige verloren. Het denken is al lang niet meer op kwaliteit en diepgang, maar op kwantiteit en snelheid geschoeid, zoals trouwens de hele huidige samenleving. Wie ‘in’ wil zijn moet van alles op de hoogte zijn, het allemaal ‘gezien’ en ‘meegemaakt’ hebben. Maar omdat er geen tijd meer is om bij de dingen stil te staan en na te denken, hoef je, behalve wat het eigen vakgebied betreft, niets meer te kennen of te begrijpen. Om te slagen op examens volstaat het vaak de voorgekauwde antwoorden aan te kruisen.
We zijn zeer kieskeurig geworden voor alles wat ons lichaam betreft: eten en drinken, seks en slapen, comfort en genot. Het is ook allemaal in overvloed te koop. Maar kennis is nergens te koop. Zelfstandig leren denken vergt een lange intense scholing: je moet er je halve leven voor zwijgen, luisteren en lezen. En je moet er elke dag voor oefenen. Dat is in de huidige sociale context een stap te ver voor bijna iedereen, want alles moet vanzelf gaan en leuk zijn. Dat is ook zo in het onderwijs. De scholen mogen geen onderscheid meer maken en geen eisen meer stellen. Ze moeten de kinderen verwennen en amuseren. Stille ijver en dril mogen niet meer bestaan, geen geduldige verdieping van kennis, alleen wat losse vaardigheden, geen straffen, want het comfort van het kind is al wat telt, nergens nog een ogenblik stilte, want stilte is saai! En overal heerst de valse vleierij van de publiciteit: ‘Bij ons zijn alle kinderen VIPS!’
Gelukkig ben ik al oud en heb ik het nog anders gekend. Want als men mij niet had gedwongen in het Lager Onderwijs om alle dagen te lezen en in schoonschrift te schrijven zonder fouten, dan zat ik nu op de zitbank in de leefkamer van een serviceflat ‘online’ te zijn: aan het lijntje gehouden.
Als men mij in het Middelbaar Onderwijs niet had gedwongen Latijn en Grieks en Nederlands en Frans en Engels en Duits te leren, dan had ik nooit genoeg verstand ontwikkeld om zelf verder te denken. Dan had ik zoals bijna iedereen vandaag slechts met kleine hinkstapsprongetjes het modedenken kunnen volgen vanop de veilige afstand die de beeldcultuur schept tussen de werkelijkheid en het weten.
Ik zou nooit tot zelfstandig lezen en denken gekomen zijn zonder de voortdurende moedige dwang van mijn ouders, opvoeders en meesters: dwang en dril tot aan het bittere einde van mijn universitaire opleiding. En als ik daarna niet gedwongen was geweest te blijven lezen om mijn taak als leraar naar behoren te volbrengen, dan had ik nooit de inspanning volgehouden om de moeilijke teksten uit de wereldliteratuur te doorworstelen en tot mijn persoonlijke stichting en vermaak te bestuderen. Shakespeare, Pascal, Descartes, La Fontaine, Cervantes, Seneca, Dante, Bateson, Desmond Morris, Kahneman, Molière, Victor Hugo, Aristoteles, René Girard, Proust, Flaubert, Verhaeren, Montaigne, Mark Twain, Harari. Moet ik er nog meer opnoemen?
Als ik door de plaats waar ik toevallig geboren ben, door het toeval van de wisselende levensomstandigheden, en door de interessante mensen die ik mocht ontmoeten, niet op het spoor van de geletterdheid was gebracht en gehouden, als ik geen leerlingen had gehad die mij voortdurend vragen bleven stellen over de betekenis van de woorden, dan zou ik nooit echt hebben leren schrijven en denken. Dan zou ik niets anders kunnen vandaag dan meedenken met de menigte. Ik zou mij dan ongetwijfeld kritiekloos op sleeptouw laten nemen door de hedendaagse postmoderne dilettanten die de metafysische hersenspinsels van Spinoza ophemelen maar niet begrijpen, en graag vasthouden aan de overtuiging dat de natuur God is en dat het onderscheid tussen goed en kwaad niet bestaat…
Misschien zal AI ons wel enorme materiële voordelen opleveren, maar de richting waarin de mens zal evolueren is onvoorspelbaar. Met AI doen de grote bedrijven er nu al alles aan om ervoor te zorgen dat we geen getrainde hersens meer nodig hebben om beslissingen te nemen. Het denken en het schrijven zullen vanzelf gaan en niets meer betekenen. Elk individu zal binnen zijn niche feilloos geprogrammeerd worden om alleen aan zichzelf te denken. De allerrijksten zullen in dikke villa’s wonen op de mooiste locaties. De rest zal in woonkazernes huizen die meer en meer zullen lijken op ligboxen voor kijkvee, omringd door een beperkte uitloopruimte. Er zal wel alle comfort worden voorzien voor de bewoners, maar ruimte om zelf te denken zal er niet meer zijn…
Maar kom, laten we niet vergeten te lachen met onszelf. Als de nood het hoogst is, is humor de voordeur van de redding. De geschiedenis heeft bewezen dat één man soms volstaat om de beschaving te redden en de mensheid opnieuw in een ordelijke plooi te strijken. Laten we waakzaam zijn en naar zijn komst uitkijken. Ik dacht aan Zarathoestra, aan Homerus, Plato, Alexander de Grote, keizer Augustus, Jezus, Napoleon, Gandhi… Zo iemand. Maar daar tegenover staan natuurlijk Poetin en Trump en talloze andere dictators. Die zitten nu allemaal gretig naar AI te lonken…
Nil novi sub sole: de beschaving is altijd een dubbeltje op zijn kant geweest.
Groeten aan iedereen,
Patrick