Ik vind oude boeken aangenaam lezen. Ze gaan over mensen en dingen en vertellen verhalen over de wereld zoals hij was toen iedereen nog zijn plaats kende, de mensen elkaar groetten op straat, en alleen het noodzakelijke te koop was. Goede schrijvers willen de wijsheid van onze voorouders niet zomaar loslaten en ze trekken lessen uit de geschiedenis. Ze beseffen dat het onbegonnen werk is om de mens opnieuw uit te vinden.
Over de wijsheid staat er veel te lezen in een oud boek dat ik geërfd heb over De Godsdiensten van de Wereld. Ik vond er een interview in van een Engelse ontdekkingsreiziger met Commoro, een opperhoofd van de Latoeka’s, een volksstam die aan de Nijl woonde tweehonderd jaar geleden:
– Sir Samuel Baker: Ziet gij dan geen verschil tusschen goede en slechte daden?
– Commoro: Ja, er zijn goeden en slechten onder de menschen en de dieren.
– Sir Samuel Baker: Als gij niet gelooft aan een toekomend leven, waarom moet een mensch dan goed zijn? Waarom zou hij dan niet slecht zijn, als hij door slechtheid voorspoed kan hebben?
Commoro: De meeste menschen zijn slecht. Als zij sterk zijn berooven zij de zwakken. Alle goede mensen zijn zwak. Zij zijn goed omdat zij niet sterk genoeg zijn om slecht te wezen.
(Sir Samuel White Baker, The Albert N’Yanza Great Basin Of The Nile; And Exploration Of The Nile Sources, 1866) (Godsdiensten der Wereld, G.T.Bettany, vertaald door Dr. J.G.Boekenoogen, Cohen zonen, Amsterdam, 1903, p. 24)
Om opperhoofd van de Latoeka’s te worden moest je de sterkste zijn en de zwakken beroven. Hoe wonderwel komt dat standpunt overeen met bepaalde ideeën van door het volk verkozen wereldleiders… En met wat we overal in de wereld onder de mensen zien gebeuren. En hoe lang al klinkt de stem van de roepende in de woestijn?
Den os kent zijnen bezitter, en den ezel de kribbe zijns heren; maar Israël kent mij niet en het volk heeft mij niet verstaan. (Jesaja 1 : 3)

De hele wereld roept om vrede vandaag, maar tussen droom en werkelijkheid staan wetten in de weg en praktische bezwaren…
En zy zullen hunne zweerden versmeden tot ploegkouters, en hunne lansen tot zeyssenen : volk tegen volk zal men geen zweerd meer heffen, noch zullen zy meer ten stryde geoefend worden. Gij, huys van Jacob komt, en laet ons wandelen in het licht des Heeren. (Jesaja 2 : 4)
De droom van Jahweh is duizenden jaren oud, maar wordt jammer genoeg niet door iedereen begrepen. De mensheid zal moeten blijven wachten op gerechtigheid tot de vijand eindelijk de wapens neerlegt.
L’ennemi est bête, il croit que c’est nous l’ennemi, alors que c’est lui. (Pierre Desproges)
De enige manier om het geweld te stoppen is je andere kaak aanbieden als je een slag in het gezicht krijgt. En dan maar hopen dat de vijand begrijpt wat de bedoeling is.